Historie

  • Geen categorieën

St.-Sebastianusgilde                          Velden september 2014

 

(Bron: Boek: Velde tusse grens en Maas, wie’ste bis en wie’ste vruejer waas. 2010)

 

Zonder twijfel de oudste nog bestaande vereniging is het St.- Sebastianusgilde, waarvan de oorsprong teruggaat tot 1439.

Haar geschiedenis is in 1983-1984 onderzocht en beschreven in een cahier van de Historische Werkgroep Arcen, Lomm en Velden met

als titel: ‘Het St.- Sebastianusgilde te Velden, grepen uit zijn Historie’. Kerk- en gemeentearchieven, boeken en andere bronnen zijn onderzocht. Aanvullend speurwerk buiten Velden was nodig omdat in de loop van de eeuwen veel historische gegevens verloren zijn gegaan.

Het gilde is van grote betekenis geweest voor de Veldense gemeenschap.

Volgens de beschrijving van pastoor Wolters is op de vooravond van Onze- Lieve-Vrouw Hemelvaart (15 augustus) in het jaar 1439 een zuster- en broederschap opgericht ter ere van Onze-Lieve-Vrouw, de heilige apostel Andreas en St.-Antonius.

In het Veldense kerkboek staat dit:

 

Extractum uuyt het alderaudste Gildeboeck. In den namen der heyliger Dryvuldigheit is een Suster ende broederschap aengenomen in die ere unser lieve vraue, ende des h. Apostel S. Andries en confessoren S. Antony, welcken aanvanck geschiet is Anno een duisent vierhondert negen en dertich op den avont Assumtionis Mariae Virg. Ende dat in sulcke

maniere; dat men des Saterdahge een misse van onse lieve Vrouwe doen sal, als voor suster ende broeder levenachtig en dooden die in die broederschap zijn. En de voort alle jaere naer die vier quatuor tempora, sal men op een bequaemen dach susters ende broeders, die van leven ten doodt gekomen sijn begaen ende dan soo sullen die susters ende broeders, die noch in leven sijn, ter kercke komen ende winnen die misse ende bidden voor die geen die van aerdrijk gescheyden zyn met die geheele vigilie van negen lessen ende met een misse van reqieum.

Daer beneven wanneer eene suster ofte broeder sterft, dan sullen die andere eerlijck ende wel begaen met de gehele vigil en de die misquiem, ende dit sal men tho alle wegen, ten euwigen daghe onderhalden, vermeerderen, ende verminderen niet. Ende voort sal men altijd sondaghs

den priester doen gedencken der suster ende broederschap voor levende en de doode met eenen pater noster.

Extractum hoc concordare cum suo original attestor, ego infra scriptus in

Velden hac 18 January 1735.

 

 

De pastoor haalde deze feiten in 1735 uit het ‘oudste gildeboek’.

De oprichtingstijd, de voorschriften en ook de statuten van 1831 wijzen op vele vrome gebruiken, een diep geloof, een grote saamhorigheid en zorg

voor de minderbedeelden. De hulp die geboden wordt, lijkt veel op ‘naoberschap’: de plicht om te helpen bij nood.

Dit alles neemt niet weg, dat een goede maaltijd en een goed glas bier onverbrekelijk met het patroonsfeest verbonden zijn. Door de eeuwen

heen is, tot op de dag van vandaag, de feestdag van St.-Sebastianus (20 januari) het middelpunt van de feestelijkheden.

Door deze vastlegging van pastoor Wolters is de inhoud van de oorspronkelijke oprichting bewaard gebleven.

 

Broederschappen en gilden

Hoewel de St.-Sebastianusvereniging, zoals de officiële naam luidt, het ‘gilde’ wordt genoemd, is het van oorsprong een broederschap. Broederschappen worden in de Middeleeuwen op kerkelijk initiatief opgericht.

Als mensen zich aansloten bij zo’n Broederschap, konden ze door devotie en het zich verdienstelijk maken voor de medemens, een plekje in de hemel veilig stellen.

Dat lijkt de gedachte te zijn geweest en het kan tevens verklaren waarom zowel mannen als vrouwen tot de broederschap konden toetreden. Mogelijk heeft de vrees voor de regelmatige pestepidemieën een rol gespeeld bij de oprichting.

De patroonheiligen St.-Andreas en St.-Antonius Abt worden onder andere aangeroepen tegen besmettelijke ziekten onder mensen en vee, zoals

de pest. De blijvende angst hiervoor blijkt uit allerlei vormen van devotie, zoals het stichten van jaargetijden voor overledenen, het beoefenen van armenzorg en ander sociaal werk en hulp bieden bij ziekte, overlijden

en begrafenis van de leden.

Voor dat doel had het gilde blijkens het gilde- en kerkarchief vroeger een eigen baardoek (het doek dat over de kist werd gelegd).

Naast de broederschappen bestaan er gilden. Grofweg worden ambachtsgilden en weerbaarheidsgilden onderscheiden.

De ambachtsgilden, zoals kremers-, metselaars- en schippersgilden, ontstonden in grotere leefgemeenschappen vanaf de 12e en 13e eeuw.

Weerbaarheidsgilden hadden vooral tot taak om in vestingsteden de orde te handhaven en te zorgen voor verdediging. Hieruit zijn de schutterijen voortgekomen.

Voor zover bekend is aan het St.- Sebastianusgilde nooit een schuttersgilde verbonden geweest. In de dorpen namen de broederschappen de taak van verdediging en bescherming van vee en inwoners op zich vanuit hun sociale taak. Dat is ook bij het Veldense gilde het geval. Het heeft eens de bewaking op zich genomen van ‘de schans’ (Schandelsch Broek) toen plunderende huurlingen de bewoners en het vee bedreigden. In de verafgelegen weilanden was het vee niet meer veilig.

Het gilde heeft toen de helpende hand geboden door het vee op ‘de schans’ bijeen te drijven en te bewaken.

In de loop van de tijd zijn de broederschappen in de volksmond gilden gaan heten.

 

 

 

Twee Veldense gilden

Mogelijk heeft het gilde een voorloper gehad in Schandelo.

Een schilderij uit 1428 (volgens pastoor Joosten) met daarop een voorstelling van O.L. Vrouw van Zeven Smarten, St.-Antonius Abt, patroon van het ‘vroegere Schandelose gilde’ en St.-Andreas, patroon van de kerk, zou daarop kunnen wijzen. Het zijn immers de schutspatronen van de Broederschap uit 1439.

Dit oude schilderij bevond zich tot 1929 in de oude Schandelose Mariakapel. De naam ‘St.-Sebastianus’ duikt voor het eerst op in een akte uit 1508, die zich in het kerkarchief bevindt. Dit is het oudste document over het gilde dat de tand des tijds heeft doorstaan. Jan vander Schuyre (de bekende Jan Verschuren) en Peter Stijnen worden daarin genoemd als ‘dij brodermeisters van St.-Sebastianus broderschap’. In een kerkakte van 1599 blijkt dat de vicaris, voorloper van de pastoor, inkomsten krijgt

voor het lezen van de ‘Vromesse’ die hij in opdracht van het St.-Antoniusgilde moet opdragen. In een lijfgewinboek van het Venlose klooster Maria Weide uit de 16e eeuw is sprake van bezittingen van ‘St.-

Sebastianus Broederschap toe Velden’. In 1617 is in een kloosterakte opnieuw sprake van ‘stuk land ten behoeve van de Sant Sebastianus Broderschap toe Velden’.

Er is dus sprake geweest van twee gilden in Velden.

Het St-Sebastianusgilde is voor het dorp, het Vorst, de Vilgert en Genooi en het St.-Antoniusgilde voor Schandelo, de Bong en Hasselt. Het bestaan van twee gilden in zo’n kleine gemeenschap is opmerkelijk.

Mogelijk is het te verklaren doordat een gedeelte van Velden destijds bij de Heerlijkheid Arcen hoorde en het andere deel bij Grubbenvorst.

 

Fusie

Een bijzonder feit doet zich voor in 1735. Na enkele eeuwen wordt besloten om beide gilden bij elkaar te voegen. Pastoor Wolters bereidt de fusie voor en stelt een nieuw reglement op. Hij is ook de eerste pastoor die de namen van gildeleden noteert in het kerkboek, een traditie die pas in 1934 stopt. De fusie legt Wolters op 19 januari 1735 vast in samenspraak met de scholtis en de schepenen en de regerende

broedermeesters.

De gilden St.-Antonius en St.-Sebastianus worden ineengesmolten tot één gilde met behoud van beide heiligen. De vierdag van de Broederschap wordt het feest van St.-Sebastianus op 20 januari wanneer ‘den gildebroeders alsulcke portie bier gelick deselve tegenwoordig sal wesen’

wordt geschonken. De nieuwe statuten worden op 25 mei 1735 door Vrijheer Christian August van Gelder erkend, eigenhandig ondertekend en met zijn aangeboren ‘Pitschaft’ (beschermheerschap) bekrachtigd.

De Vrijheer waarschuwt de gildebroeders dat ze zich in alle ernst aan de nieuwe regels moeten houden. De akte is bewaard gebleven in het

kerkarchief:

 

“Wij Christian August, Vrijheer van Gelder, Heer van Arcen, Lomm, Velden, Bree, Frechen, Bachum en Vogtsbel hebben gesien en gelesen alle de voorstaende statuten en ordinantien

tot het exact onderhouden der broederschap opgerecht in

de parochiale kercke van Velden onder den titel van de H.H. Sebastianus en Antonius oordeelen deselve seer goet, noodig en loffelick tot geestelick welvaren der selve gilde; beveelen en willen wij daarom absolutelick in alle ernst, dat de selve sullen punctuelick onderhouden woorden en dientenhalve de deliquenten naer inhout desselfs gestraft woorden en in

cas van oppositie verleene daertoe de stercke handt. Aldus gegeven tor Velden en met onsen aengebooren pitschaft becrachtigt den 25 mey 1735 Freij herr Von Gelder”.

 

Gilderegels

Van de destijds opgestelde reglementen zijn alleen de artikelen 5 en 6 bewaard gebleven. Artikel 5 komt woordelijk overeen met het laatste artikel in de statuten van het Arcense St.-Sebastianusgilde.

Waarschijnlijk heeft pastoor Wolters, die ook kapelaan van Arcen is geweest, die regels overgenomen.

 

Artikel 5: “Hetwelcke oock sal geschieden in val jemant van de broeders door het jaar scandaleus leefde, ’t zije met krakelen, stoeten of slaen in sijn familie, droncken drincken ofte andersinds te bedrijven eenige scandaleuse feijten en sal als vooren uijt de gilde gesmeeten worden”.

 

Artikel 6: “Soo wanneer den eenen of den anderen van de gildebroeders, ’t zije opentlijck, of achter rugge soude smeelen, murmuren, qualick spreecken of eenig verwijt doen aen de gildemeesters over hunne

regeringe, bestier, ofte sorge betreffende het voordeel der gilde en het gemeijn welwesen der broeders soo in ’t geestelijck als het tijdelick, sullen verbeuren een pont wasch aan de kerck en daarbij van de gildemeesters naer goet duncken gestraft en in cas van obstinaetheijt sal hun geschien naer inhout des 4 en 5 artikel hier voorens vermeldt.”

 

Uit de regels spreekt een zekere mate van sociale controle in het dorp.

De dronken of nuchtere gildebroeder mag zijn vrouw of kinderen nooit slaan. En als hij openlijk kwaadspreekt over de broederschap kan hij uit het gilde verwijderd of zoals ze het zelf noemen: ‘gesmeeten’ worden.

 

Mannen en vrouwen

De rechtstreekse koppeling tussen de zusteren broederschap van 1439 en het huidige St.-Sebastianusgilde, is bij gebrek aan bronnen lastig te maken. De patroonheilige Sebastianus wordt niet vermeld bij de oprichting: de vereniging van 1439 eert Onze-Lieve-Vrouw, St-Andreas en St.-Antonius.

Van 1738 tot en met 1934 is een ledenlijst van het gilde in het kerkarchief bewaard gebleven waarin de betrokkenheid van de vrouw deels nog blijkt. In 1738

worden weduwen apart als lid genoemd. Tot en met het jaar 1808 worden de gehuwde mannelijke leden met hun echtgenotes als gildelid genoteerd. In 1809 is niets opgetekend en vanaf 1810 zijn alleen nog mannen als lid genoteerd. Wat de oorzaak hiervan is, kan nu niet meer worden achterhaald. De teerdagen en het bezoek van de tot gildekamers verheven kroegen zijn wellicht altijd een mannenzaak geweest, maar de vrouwen kregen tijdens de gildedagen van de portie bier ook een deel. Daar werd bierpap van gemaakt. In de statuten van 1911 staat dat de dames niet vergeten worden: zij mogen twee liter bier komen halen om zich thuis te troosten. Mogelijk schuilt hierin een verwijzing naar de oorspronkelijke ‘suster- en broederschap’. Het kan ook worden gezien als een uiting van de sociale opstelling van het gilde, in de eerste plaats ten opzichte van de vrouwen van de gildebroeders.

 

Rechtspersoonlijkheid

Vanaf 1907 is pastoor Baltesen druk bezig om zijn plan tot stichting van een bijzondere school te realiseren.

Om zijn pogingen kracht bij te zetten, neemt hij het St.-Sebastianusgilde in de arm. Het is de bedoeling dat het gilde als financiële partner gaat optreden. Voor dat doel vraagt het gilde rechtspersoonlijkheid aan.

Bij Koninklijk Besluit van 8 augustus 1911 wordt deze toegekend en worden de statuten goedgekeurd, waarna publicatie in de Staatscourant volgt op 14 september 1911. Met deze constructie wordt de financiering van de bouw van zowel de school als het klooster geregeld.

 

Sociaal betrokken

In vroegere jaren bezat het gilde veel eigendommen.

Deze bestonden uit landerijen en gelden, die door de leden waren ingelegd. Later kwamen daar de gebouwen bij: klooster, meisjesschool en

kleuterschool. Het onderhoud van die gebouwen kostte veel geld.

“Het gilde werd in de jaren vijftig straatarm” zijn de woorden van voorzitter Sraar Duijf in de krant bij het 550-jarig bestaan in 1989. “Daarom werden het klooster en de meisjesschool verkocht aan de

gemeente. De opbrengst hiervan belegden we bij de bank en van de rente groeide een behoorlijk kapitaal.

Hiervan betaalden wij elk jaar ons gildefeest.” Omdat het spaargeld niet opgaat aan deze feestavond wordt het gilde steeds rijker. “Onze geestelijke adviseur opperde het idee om in geldnood verkerende sociaal culturele verenigingen financieel te steunen”, vertelt Frits Berden.

Het idee van de pastoor maakt een einde aan het negatieve imago als was het gilde niet meer dan een club van drinkebroers. Bovendien is het voor

het gilde een manier om inhoud te geven aan zijn

sociale betrokkenheid. Het gilde treedt in de historie van Velden regelmatig op als invloedrijke vereniging met vele bezittingen, die

andere verenigingen financieel bijstaat. In 1966 telt het gilde 116 leden, in 1989 177 en in 2000 telt de vereniging 210 leden.

 

Gildefeest

Oorspronkelijk is het gildefeest op 20 en 21 januari.

Soldatenkrantje ‘De Kiëskop’ meldt in 1949 dat de gildemenkes op die dagen de blommetjes gaan buitenzetten. In 1977 is bepaald dat de gildefeesten op maandag en dinsdag tussen 17 en 23 januari

gevierd zullen worden.

Het feest begint met een H. Mis waarbij als vanouds alle leden aanwezig

moeten zijn. Deze missen worden druk bezocht. Aanvankelijk worden jaarlijks zes broedermissen gelezen voor de overleden gildebroeders en voor elk lid dat sterft. Bij verzuim van deze diensten moet in

1953 nog een gulden boete worden betaald.

Als men verhinderd is een mis bij te wonen mag men zich wel laten vertegenwoordigen door zijn vrouw of een gezinslid boven de 15 jaar. Het boetesysteem is later afgeschaft. Het aantal missen is later verminderd tot

vier per jaar en de deelname daaraan is in de loop der jaren behoorlijk teruggelopen. Tegenwoordig zijn er nog twee missen, allebei tijdens de gildedagen.

Na de mis op de eerste dag van het gildefeest volgt de ledenvergadering. De secretaris-penningmeester legt rekening en verantwoording af van zijn beheer.

Nieuwe bestuursleden worden benoemd en nieuwe leden worden aangenomen. Alleen gehuwde mannen en mannen ouder dan 30 jaar kunnen lid worden. Om het opgebouwd kapitaal niet te laten verdampen door de aanhoudende inflatie en de steeds maar hoger wordende kosten van onder andere het gratis bier, is in 2003 besloten een kleine jaarlijkse contributie van € 10,- in te voeren (per 2016 is dit 20 euro) . Een lidmaatschap kost eenmalig (nieuw lid)

€ 20,-. Het bestuur zal: “Indien de kas zulks gedoogt en naar gelang de beschikbare gelden”, zoals het officieel heet, een som beschikbaar stellen die tot vermeerdering van de gezelligheid wordt besteed.

Er zal echter niets anders dan bier verbruikt mogen worden. Drie cafés worden tot gildekamer verheven om na- en bij- te praten en een kaartje te leggen. Daar is dan enkele uren vrij bier.

 

 

Beelden van St.-Sebastianus en St.-Antonius

Het beeld van St.-Sebastianus in de kerk dateert van omstreeks 1700. Jarenlang stond dit beeld op het rechterzijaltaar. Sebastianus staat bekend als een van de ‘pestheiligen’. In 1896 schenkt het gilde aan de kerk een beeld van St.-Antonius Abt. Deze is de beschermheilige

van alle mensen die met vee te maken hebben en wordt aangeroepen tegen besmettelijke ziekten onder het vee.

Voor de boerengemeenschap in Schandelo een perfecte patroonheilige. Zijn feestdag valt op 17 januari, enkele dagen voor de patroonsdag van de H. Sebastianus, 20 januari. Het beeld van St.-Antonius is tijdens de oorlog verloren gegaan.

=====================================================

Van de voorzitter bij opening website januari 2012

Beste bezeuker,

Aan idderein dae dit verhaol vân achter ziene kompjoeter zit te laeze wil ik gaer enne hertelikke digitale groet euverbringe.

Al meug het dan zoë zien dât ôs St. Sebastianus Gilde met 574 jaor in laeftied, tot d’n echte alde hap huurt vân zelfs ôs gemeinte “Groët Venlo”, toch wille weej met de ontwikkelinge in de taegewaordigen tiëd mei blieve gaon. Netuurlik  zulle diegene die zich bezighalde met Twitter, Facebook en dergelijke  nag niejerwetsere zake zegge det we alwir wiët achterlaupe, weej zien aevel bes gruüts det weej op deez manier meigaon in de ontwikkelinge.

Met dees internet site zulle weej elkaar gemekkelikker op de hoegte kinne halde van alle noedzakelikke niejs en berichte.

Ik nuudig ôg oet um regelmaotig en bezeuk te bringe aan deez site en ik haop det ze beej zal drage um de onderlinge band binne ôs vereiniging nag vaerder te versterke, en andere geinteresseerden op de huugte te halde van alle ontwikkelingen binnen ôs moeie vereiniging.

de Veurzitter, Pierre Hafmans

 

 

———————————————————————————————————————————————————————-

Oprichting en rol Gilde

 

De vereniging van Sint Sebastianus Velden is opgericht op de vooravond van O.L. Vrouw Hemelvaart 15 augustus 1439, als een broederschap met patroonheiligen die in de loop der tijden veranderen, zonder dat hiervoor duidelijke verklaringen te achterhalen zijn.

Wat precies de aanleiding is geweest tot het oprichten van een broederschap in Velden, zal, daar de oprichtingsakte in de 2e wereldoorlog door brand is zoekgeraakt, niet meer te achterhalen zijn.

Duidelijk is in elk geval, dat het broederschap actief was op het kerkelijk en sociaal vlak. Naast de rol bij kerkelijke feestdagen, kwam onderlinge hulpverlening bij ziekte en overlijden alsook bij tegenslag, z.g. armenzorg veel voor.  Ook waren ze op zijn tijd in voor een feest.

Hoe belangrijk de broederschap voor de kerk was, blijkt uit het feit dat in de kerkarchieven een ledenlijst van het gilde te vinden is van 1738-1934. Omgekeerd was de kerk ook het middelpunt van het gilde, zozeer zelfs, dat een Duitser ze eens spottend “Seelenversicherungsanstalten” noemde. De broeders kochten immers hun eeuwige zaligheid door het bijwonen van begrafenissen en zielemissen voor overleden gildeleden en door vrome en waarschijnlijk uitbundige vieringen van hun patroonfeesten. Toch mag niet vergeten worden, dat de vereniging ook veel charitatief werk deed, waarvan de gehele gemeenschap kon profiteren o.a. veel gelden worden nog heden besteed aan verenigingen in Velden.

Zeer belangrijk voor de Veldense gemeenschap was het feit, dat de vereniging, op verzoek van het kerkbestuur en gemeente, in 1912 een R.K. Bijzondere Meisjesschool met Klooster en een Kleuterschool (bewaarschool) liet bouwen met eigen geld en waarschijnlijk leningen van de kerk en uit de gemeenschap.

De vereniging kon dit, omdat zij in 1911 Rechtspersoonlijkheid had verkregen. Op 16 juni 1913 werd een overeenkomst gesloten tussen de Congregatie der Goddelijke Voorzienigheid en de St. Sebastianusvereniging voor de levering van zusters die moesten zorgdragen voor onderwijs in de bewaarschool voor jongens en meisjes tot 5 jaar, voor onderricht in de Catechismus, handwerker en het lager onderwijs voor meisjes vanaf 6 jaar. Het schoolbestuur moest zorgdragen voor Leken Hoofdonderwijzeres.

Het Gildebestuur was tevens Schoolbestuur met als voorzitter de Pastoor van de parochie. Het klooster werd door het Gilde gratis ter beschikking gesteld. Na ruim 40 jaar het onderwijs mede te hebben verzorgd vertrokken de zusters uit Velden en werd het onderwijs geheel verzorgd door Leken Onderwijzeressen.

Het klooster werd daarna nog enkele jaren verhuurd aan enkele gezinnen en vervolgens ter beschikking gesteld aan het John F. Kennedyclub en de bibliotheek. Doordat de school intussen niet meer aan de eisen des tijds voldeed werd besloten een nieuwe school te bouwen, in 1973 werd de school met de achterliggende tuin verkocht aan de Gemeente. In 1974 werd het klooster ook aangekocht door de Gemeente en het kapitaal belegd in Staatsstukken. Bestond de vereniging in 1966 uit 116 mannelijke leden, in 2011 heeft de vereniging 206 mannelijke leden, verdeeld over 3 Gildekamers.

De kerkelijke beleving is in de loop der jaren behoorlijke teruggelopen, m.u.v. de druk bezochte H. Missen op de teerdagen.  Na de H. Mis, op de 1e Gildedag, wordt nog steeds de Alg. Ledenvergadering gehouden en is het volle-bak. Aandachtig luisteren de leden naar de inleiding van de voorzitter en de opgemaakte verslagen van de secretaris en de penningmeester en de nieuwe leden stellen zich voor.

Om het opgebouwd kapitaal op peil te houden, mede veroorzaakt door de aanhoudende inflatie en de steeds maar hoger wordende kosten o.a. het vrij Gildebier, is in 2003 besloten een kleine, jaarlijkse contributie van de leden in te voeren.

Na de Alg. Ledenvergadering verspreiden de leden zich over de diverse cafés om na en bij te praten. Ook worden diverse tafels al direct in stelling gebracht voor te kaarten. Rond 16.00 uur verzamelen de Gildebroeders zich in hun Gildekamer en kunnen tot ongeveer 22.00 uur vrij Gildebier nuttigen. Verder worden de avonden doorgebracht met kaarten, zingen en voordrachten en dit al eeuwen lang. 

Tot slot van dit Historisch overzicht kan worden vastgesteld, dat de St. Sebastianusvereniging nog springlevend is en zijn plaats in de Veldense Gemeenschap ten volle waard is.

Foto en uitnodiging historieDownload hier de uitnodiging van het 550-jarig bestaan in PDF-formaat.

 

 

Dora’s kasboek brengt klaarheid bij Veldens St.-Sebastianusgilde. 

Dankzij de inzet van vorig jaar op voorstel van Jac Willemsen benoemde opper zoutmeester Wim Haegens, is de kerkenberg deze maandagmorgen ondanks de gevallen ijzel niet glad. De Veldense gildebroeders en zusters hebben dan ook weinig moeite om het Godshuis te bereiken. Rond het altaar hebben zich meer dan honderd personen verzameld wanneer pastoor Hendrix met assistentie van de door de leden van gildekamer “De Blokhut” geleverde gelegenheidsmisdienaars zoals gemeentebode Jan Theelen en timmerman Thei Lommen aan de dienst begint. De Veldense Herder heeft“samenwerking “als motto, voor deze door de Trienkeskapel en bejaardenkoor instrumentaal en vocaal opgeluisterde mis, gekozen. Lang nadat slaplantenteler Jac Peeters en kastelein Bert Jongeneelen de lezing en de voorbeden hebben gesproken betreden Koopmans Wiel en Keltjens Sir het Godshuis. Gelegenheidcollectant Frits Berden (tevens secretaris en penningmeester van het in 1439 opgerichte St- Sebastianusgilde) wacht net zo lang tot het duo een offergave in de mand heeft geworpen. Na het slotwoord van tuinder Mies Reijnders gaat pastoor Hendrix nog even in op de saamhorigheid. Hij wijst er op , dat samen kaarten en een stevig glas bier drinken de saamhorigheid bevordert. Voordat de gildebroeders de zegen krijgen verontschuldigt de zielzorger zich nog voor zijn afwezigheid tijdens de jaarvergadering. In de kerk wacht hem een andere plicht. Gildevoorzitter Sraar Duijf krijgt van pastoor Hendrix al het goede toegewenst om de “zware” jaarvergadering tot een goed einde te leiden. Klokslag elf uur begint in “De Blokhut”  de jaarbijeenkomst. Applaus klinkt na de mededeling, dat de koffie door Bert en Nel van “De Hut” zijn geschonken. Om wat tijd te rekken last de voorzitter een pauze in en Wil Heldens, het enige in de zaal aanwezige vrouwelijke lid van het gilde, alsmede Dino komen handen te kort om de glazen met schuimend bier rond te brengen.

Hilariteit

Hilariteit ontstaat wanneer Joep Houben namens de  kascommissie zegt, dat dank zij een nieuw door Dora “aangesmeerd” kasboek van f 22.50 de inkomsten en uitgaven veel beter gerubriceerd zijn. Voor Dora’s man Sjraar van Adolf, reden om zijn tafelgenoten een rondje aan te bieden. Sraar trekt zijn besluit in wanneer de voorzitter drie rondjes uit de kas aankondigt.

Probleem 

Geen enkel probleem hebben de gildebroeders er mee om Th. Schattefor, J. Geurts, P. Caris, J. Haenen, J. Deenen, E. van de Venn, H. Geurts, S. Theelen, J. Geurts en L. Janssen tot hun gilde toe te laten.Het ledental stijgt hiermee tot 159 mannen. De dames blijven op 146 staan. Weer applaus omdat de mannen in de meerderheid zijn gebleven. De gildebroeders zijn wat ongeduldig. De vergadering duurt naar hun mening wat te lang. De zaal verlaten kan niet want dan weten ze niet wanneer het gratis bier op is. Als eenmaal bekend is, dat dit tussen 16.00 en 21.00 uur is verlaten velen “De Blokhut”om hun eigen gildekamer in “De bascule”of “ Het Wapen van Velden” op te zoeken. Een paar ouderen gaan naar huis om te eten en een dutje te doen. Zij weten maar al te goed wat hen die dag en ook de volgende dag nog wacht.

Kaarten

Al snel komen in de drie gildekamers de kaarten op tafel en het gildebestuur dat verder bestaat uit Jeu Brands, Jeu Simons en Pierre in ’t Zandt, brengt het traditionele bezoek aan de etablissementen in het centrum. Terwijl buiten de regen alsmaar valt en de sneeuwhopen doet verdwijnen houden de leden van het gilde zich bezig met toepen, kruisjassen en rikken. In een van de gildekamers is de tafel niet tegen het toepgeweld bestand en in het tafelblad ontstaat een groot gat. Klokslag negen uur maken de gildemeesters Bert, Cocky en Jan een einde aan het kaarten. Eerst dan komen de sterke verhalen los en met het vorderen van de tijd blijkt dat menige gildebroeder zich de woorden van pastoor zeer goed in de oren heeft geknoopt. Als Velden al lang in diepe rust is maken de laatste gildebroeders zich op om nog ergens eieren te gaan eten. Er zijn er ook die rechtstreeks naar huis gaan. Zij denken vooruit en weten dat hen na een korte nacht weer een zware dag wacht want ook dinsdags vereren de gildebroeders hun patroonheilige.

Geschreven 1985 Dagblad de Limburger door Ben Meulenbeld